Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
5.De slotsom
€ 314,--
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak vordert de curator van een onder curatele gestelde cliënt afgifte van diverse zorgstukken van een zorginstelling op grond van artikel 843a Rv. De cliënt had een persoonsgebonden budget (PGB) en sloot een zorgovereenkomst met de zorginstelling. De zorginstelling stelt de gevraagde stukken niet meer te bezitten omdat het papieren dossier door familieleden van de cliënt is meegenomen.
De kantonrechter wees de vordering deels toe, maar het hof vernietigt dit vonnis in hoger beroep. Het hof overweegt dat de zorginstelling gemotiveerd heeft betwist de stukken onder zich te hebben en dat de curator onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de stukken daadwerkelijk onder de berusting van de zorginstelling zijn. De curator wordt niet in de gelegenheid gesteld om getuigen te horen vanwege de aard van de kortgedingprocedure.
Het hof wijst daarom de vordering af en veroordeelt de curator in de kosten van beide instanties. Het arrest is gewezen door de rechters Wammes, Evers en Rinkes en is op 17 juli 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot afgifte van de gevraagde zorgstukken af wegens onvoldoende bewijs dat de stukken onder de berusting van de zorginstelling zijn.