Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoeker],
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van ouders tegen de beschikking van de rechtbank Overijssel die de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van hun vier kinderen verlengde tot uiterlijk 3 februari 2019. De kinderen verblijven al geruime tijd bij pleegouders en zijn deels vanaf de geboorte uit huis geplaatst.
De ouders betoogden dat zij onvoldoende kans hadden gekregen om te laten zien dat zij de kinderen weer zelf konden opvoeden en verzorgden. Het hof oordeelde echter dat ondanks diverse hulp- en behandeltrajecten, waaronder gezinsopnames en begeleiding, de ouders onvoldoende leerbaar bleken en niet in staat waren om de noodzakelijke zorg te bieden. De psychische problematiek van beide ouders en de onveilige en ongezonde thuissituatie vormden blijvende zorgen.
Het hof vond dat de belangen van de kinderen het verlengen van de uithuisplaatsing rechtvaardigen, mede omdat de kinderen zich goed ontwikkelen in hun pleeggezinnen die hun veilige omgeving zijn geworden. Het verzoek tot nader onderzoek werd afgewezen vanwege de belasting voor de kinderen. De machtiging tot uithuisplaatsing is proportioneel en noodzakelijk in het belang van de kinderen en niet in strijd met relevante mensenrechtenverdragen.
De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het beroep van de ouders werd afgewezen. Het hof moedigt de ouders aan door te gaan met hun positieve ontwikkelingen en het onderhouden van goed contact met de kinderen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen vanwege blijvende zorgen over de thuissituatie en het belang van continuïteit voor de kinderen.