In deze arbeidszaak stond centraal of een payrollconstructie met Talent4Taxi Diensten (T4T) kon verhinderen dat tussen de werknemer en Taxi Dorenbos een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan. De werknemer was sinds 2011 via drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd bij Taxi Dorenbos werkzaam. Na afloop van deze contracten werd een payrollconstructie toegepast waarbij de werknemer formeel in dienst trad bij T4T, terwijl hij feitelijk bleef werken voor Taxi Dorenbos.
De kantonrechter had geoordeeld dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bestond tussen de werknemer en Taxi Dorenbos. Taxi Dorenbos stelde in hoger beroep dat de payrollconstructie toelaatbaar was en dat de arbeidsovereenkomst met de werknemer per 4 september 2014 was geëindigd. Het hof stelde vast dat de payrollconstructie uitsluitend was toegepast om onder de ketenregeling uit te komen en dat de werknemer feitelijk ongewijzigd voor Taxi Dorenbos bleef werken zonder dat sprake was van een reële uitzendovereenkomst.
Het hof oordeelde dat de ketenregeling bedoeld is om werknemers te beschermen tegen langdurige tijdelijke contracten en dat het gebruik van een payrollconstructie met het doel deze bescherming te omzeilen niet is toegestaan. Daarom is vanaf het moment dat de werknemer via T4T bij Taxi Dorenbos ging werken, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Taxi Dorenbos in de proceskosten van het hoger beroep.