ECLI:NL:GHARL:2018:7289

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 augustus 2018
Publicatiedatum
14 augustus 2018
Zaaknummer
WAHV 200.203.602
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens ontbreken van voorafgaand beroep bij rechtbank

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 14 augustus 2018 het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De betrokkene had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter, maar het hof stelde vast dat er geen voorafgaand beroep bij de rechtbank was ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. Dit is een vereiste volgens artikel 14, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat er geen beslissing op het administratief beroep was ontvangen, waardoor geen beroep bij de rechtbank kon worden ingesteld. Ook stelde hij dat sprake was van een beroep niet tijdig beslissen. Het hof oordeelde echter dat de kantonrechter terecht had vastgesteld dat er geen beroep was ingesteld en dat er daarom geen geschil was waarover beslist kon worden.

De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep, hetgeen het hof volgde. Omdat het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard, wees het hof ook het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken ter openbare zitting.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand beroep bij de rechtbank.

Uitspraak

WAHV 200.203.602
13 augustus 2018
CJIB 177306085
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter
van de rechtbank Gelderland
van 9 september 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,
kantoorhoudende te [C] .

Het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter

De kantonrechter heeft vastgesteld dat geen beroep is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld.
Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Blijkens het proces-verbaal van de openbare zitting van de rechtbank van 9 september 2016 heeft de kantonrechter op die zitting geconstateerd dat geen beroep is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie zodat dat geen geschil voorligt waarop moet worden beslist.
2. De gemachtigde heeft hoger beroep ingesteld. Hij stelt dat er geen beslissing op het administratief beroep is ontvangen, zodat daartegen geen beroep bij de kantonrechter kon worden ingesteld. De kantonrechter had niet mogen beslissen dat er geen beroep was ingesteld zonder te toetsen of de beslissing van de officier van justitie behoorlijk is verzonden. Verder stelt de gemachtigde dat sprake was van een beroep niet tijdig beslissen.
3. De advocaat-generaal concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. De kantonrechter heeft geen beslissing genomen waartegen hoger beroep openstaat.
4. Artikel 14, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) luidt als volgt:
‘Degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld, alsmede de officier van justitie, kunnen tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, tenzij de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing niet meer bedraagt dan € 70.’
5. Een voorwaarde voor het instellen van hoger beroep is dat er beroep bij de rechtbank is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie.
6. Niet in geding is dat de gemachtigde geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. Ook blijkt niet dat de gemachtigde beroep tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep heeft ingesteld.
7. Gelet hierop staat voor de betrokkene geen hoger beroep open. Het hof zal het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
8. Nu het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, is er geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om een kostenvergoeding af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.