ECLI:NL:GHARL:2018:7479
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijk verkregen voordeel bij biologische hennepteelt
In deze zaak stond de ontnemingsvordering centraal die betrekking had op het wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde uit de teelt van hennep in 2009 en 2010. Het openbaar ministerie stelde een bedrag van circa € 482.901,79 als wederrechtelijk verkregen voordeel vast, gebaseerd op een rapport en berekeningen van opbrengsten per plant en oogsten.
De verdediging betwistte de berekening en onderbouwing van het wederrechtelijk verkregen voordeel, stellende dat de gebruikte uitgangspunten niet aansluiten bij de biologische teeltwijze van de veroordeelde en dat de opbrengsten onrealistisch hoog waren. Ook werd aangevoerd dat de berekening geen rekening hield met specifieke omstandigheden zoals het ontbreken van kunstlicht en de invloed van spint.
Het hof oordeelde dat het rapport en de berekeningen onvoldoende betrouwbaar en niet specifiek genoeg waren voor de situatie van de veroordeelde. Het enige concrete bewijs was de verklaring van de veroordeelde zelf, waaruit bleek dat de opbrengst zeer beperkt was en de gemaakte kosten het voordeel overstegen. Daarom kon niet worden vastgesteld dat de veroordeelde financieel voordeel had genoten uit het bewezenverklaarde handelen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af. Het verzoek van de verdediging tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie werd eveneens verworpen.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.