ECLI:NL:GHARL:2018:7608

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 augustus 2018
Publicatiedatum
23 augustus 2018
Zaaknummer
05-880674-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 71 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging gevangenhouding wegens ernstige bezwaren en terroristisch oogmerk

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de gedeeltelijke afwijzing van de verlenging van de voorlopige hechtenis door de rechtbank Gelderland. De zaak betrof verdachte die vastzat in het huis van bewaring te Vught.

Het hof oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk was in het hoger beroep. Na onderzoek stelde het hof vast dat er ernstige bezwaren bestonden tegen verdachte voor feit 1 en het terroristisch oogmerk bij feit 2, anders dan de rechtbank had geoordeeld. Hierdoor werd de eerdere beslissing vernietigd voor zover de verlenging van de gevangenhouding voor deze feiten was afgewezen.

Het hof beval de verlenging van de geldigheidsduur van de gevangenhouding voor feit 1 en het terroristisch oogmerk bij feit 2, met overname van de motivering van de rechtbank over ernstige bezwaren en recidive. De overige onderdelen van de beschikking werden bevestigd. De motivering met betrekking tot de onderzoeksgrond werd door het hof niet gevolgd.

De beslissing is genomen op basis van de artikelen 65, 66, 67, 67a en 71 van het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: Het hof beveelt de verlenging van de gevangenhouding voor feit 1 en het terroristisch oogmerk bij feit 2.

Uitspraak

beschikking
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Arnhem
pkn: 05-880674-18
avnr: 001118-18 -10
Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,
verblijvende in het huis van bewaring te Vught.
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van 5 juli 2018, houdende de verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door
mr F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen, in raadkamer van heden.
Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 18 juli 2018.

OVERWEGINGEN:

Wil een bevel tot voorlopige hechtenis kunnen worden gegeven, dan dient er sprake te zijn van verdenking van een strafbaar feit, genoemd in artikel 67 lid 1 en Pro 2 van het Wetboek van Strafvordering. De vordering tot voorlopige hechtenis kan derhalve niet worden los gezien van het/de (gekwalificeerde) feit(en) waarop de vordering is gebaseerd. Dat betekent dat, indien de voorlopige hechtenis wordt gevorderd op basis van verschillende feiten en de vordering niet voor alle feiten wordt toegewezen, de vordering geacht moet worden gedeeltelijk niet te zijn toegewezen, hetgeen gelijk gesteld mag worden aan “niet toegewezen” in de zin van artikel 446 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De conclusie is dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn hoger beroep.
Het hof is na onderzoek gebleken dat er, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, ook ernstige bezwaren bestaan voor het feit onder 1 en voor het terroristisch oogmerk, genoemd in feit 2. Dat betekent dat de beslissing waarvan beroep vernietigd dient te worden voor zover deze inhield het niet toewijzen van de vordering tot verlenging van de gevangenhouding voor feit 1 en het terroristisch oogmerk genoemd in feit 2 en de verlenging van de geldigheidsduur van de gevangenhouding eveneens voor feit 1 en het terroristisch oogmerk van feit 2 dient te worden bevolen waarbij het hof de door de rechtbank bij beslissing van 7 juni 2018 gegeven motivering met betrekking tot de ernstige bezwaren en de recidivegrond overneemt. Voor toewijzing van de door de advocaat-generaal ter zitting aangevoerde onderzoeksgrond acht het hof geen termen aanwezig.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a en 71 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof:
- vernietigt de beschikking waarvan beroep ten aanzien van feit 1 en het terroristisch oogmerk van feit 2;
- beveelt de verlenging van de geldigheidsduur van de gevangenhouding ten aanzien van feit 1 en het terroristisch oogmerk van feit 2;
- bevestigt de beschikking voor het overige.
Aldus gegeven op 1 augustus 2018 door mrs A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter, A.R. van der Winkel en Y.A.J.M. van Kuijck, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.F. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.