Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
29 augustus 2018
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Centrale administratieve processen/kantoor Apeldoorn(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende verzocht de Inspecteur om toepassing van het kwarttarief motorrijtuigenbelasting voor zijn motorrijtuig, dat door de RDW als kampeerwagen was geregistreerd. De Inspecteur kende het tarief toe met ingang van 4 januari 2016, afwijkend van het verzoek dat terugging tot 4 april 2007. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur zijn beschikking. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een besluit waartegen het beroep was gericht. Na verzet werd het beroep alsnog niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege onjuiste informatie van de belastingtelefoon en late kennisname van de registratie als kampeerwagen bij de RDW. Het hof oordeelde dat de informatie van de belastingtelefoon niet onjuist was, omdat het motorrijtuig volgens de wet als personenauto wordt aangemerkt, ongeacht de RDW-registratie. Belanghebbende was bekend met de beroepstermijn en had tijdig beroep kunnen instellen.
Het hof concludeerde dat geen sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Een inhoudelijke behandeling van het verzoek om het kwarttarief vanaf 4 april 2007 was daardoor niet aan de orde. Het hof wees ook proceskostenveroordeling af en wees op de mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het beroep is terecht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.