ECLI:NL:GHARL:2018:7752
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in verzet wegens niet-tijdige indiening
In deze civiele zaak stond een geschil centraal over een samenwerkingsovereenkomst tussen appellant en geïntimeerden die liep van april 2002 tot oktober 2003. Na het beëindigen van de samenwerking ontstonden conflicten over de eindafrekening. Appellant werd bij verstekvonnis veroordeeld tot betaling van een bedrag aan geïntimeerden. Appellant kwam in verzet tegen dit vonnis, maar het hof stelde vast dat dit verzet niet tijdig was ingediend.
De kern van de procedure was de vraag of appellant tijdig verzet had ingesteld. Omdat het verstekvonnis niet aan appellant was betekend, gold de termijn van vier weken na een daad waaruit blijkt dat appellant kennis had van het vonnis. Uit contacten tussen appellant en zijn advocaat bleek dat appellant op 4 oktober 2013 al bekend was met het vonnis, terwijl het verzet pas op 7 maart 2014 werd ingesteld.
Het hof oordeelde dat appellant daardoor niet-ontvankelijk was in het verzet. Het eerdere vonnis van de rechtbank Gelderland, dat appellant wel ontvankelijk had verklaard, werd vernietigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van beide instanties en het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het verzet wegens niet-tijdige indiening.