Partijen, beiden geboren in Ghana, zijn in 2013 in Ghana gehuwd en woonden later samen in Nederland. Na het vertrek van de vrouw uit de echtelijke woning en de ontbinding van het huwelijk, vorderde zij in hoger beroep de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap volgens Ghanees recht of Nederlands recht, en partneralimentatie.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat het Ghanees recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime, omdat dit het nauwst verbonden is met de omstandigheden van partijen. Het Ghanees recht kent hoofdzakelijk scheiding van goederen, maar billijkheidsnormen kunnen tot afwijkende verdeling leiden.
De vrouw kon onvoldoende aantonen dat zij behoefte had aan partneralimentatie. De woning in Nederland bleef eigendom van de man, zonder bijdrage van de vrouw. De vrouw had wel bijgedragen aan de afbouw van een woning in Ghana, maar niet zodanig substantieel dat een verdeling bij helfte gerechtvaardigd was. Het hof kende haar daarom een billijke eenmalige vergoeding van € 2.000 toe.
De overige vorderingen, waaronder pensioenverevening en partneralimentatie, werden afgewezen. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd. De beschikking van de rechtbank werd voor zover nodig vernietigd en opnieuw bepaald.