Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
wegens een valse/voorgewende reden
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
tijdelijkander werk te vinden bij [bedrijf 5] , maar niet toegelicht voor hoe lang en of die arbeidsovereenkomst al dan niet is verlengd, en dat hij aanmerkelijk minder verdiende dan bij [geïntimeerde] , maar evenmin toegelicht wat de hoogte van zijn salaris bij [bedrijf 5] was. Nu [appellant] niet heeft voldaan aan zijn stelplicht - hij dient immers voldoende feiten te stellen waaruit volgt dat de gevolgen van het ontslag te ernstig zijn vergeleken met het belang van [geïntimeerde] - gaat het hof voorbij aan zijn bewijsaanbod op dit punt. Het niet treffen van een financiële voorziening voor [appellant] maakt in die situatie op zichzelf het ontslag nog niet kennelijk onredelijk. Overigens heeft [geïntimeerde] , zoals in rechtsoverweging 2.9 is overwogen, [appellant] een financiële vergoeding aangeboden, maar die heeft [appellant] , zoals [geïntimeerde] onweersproken heeft aangevoerd, geweigerd.