ECLI:NL:GHARL:2018:8054

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 augustus 2018
Publicatiedatum
10 september 2018
Zaaknummer
21-003758-18-09
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 75 SvArt. 66 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling vordering tot gevangenhouding in hoger beroep met procesorde in acht genomen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 1 augustus 2018 uitspraak gedaan in een zaak waarin de advocaat-generaal een bevel tot gevangenhouding van verdachte vorderde. Verdachte was eerder door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar voor meerdere feiten, waaronder bedreiging met brandstichting en mensenhandel. Verdachte had hoger beroep ingesteld en verbleef in voorlopige hechtenis.

Tijdens de raadkamerzitting werd de vordering tot gevangenneming van verdachte gedaan terwijl noch verdachte noch zijn raadsman aanwezig waren. Het hof oordeelde dat dit in strijd is met de beginselen van een behoorlijke procesorde en wees de vordering daarom af. Het hof bevestigde dat de voorlopige hechtenis van verdachte geldig blijft tot 19 augustus 2018, conform artikel 66, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

De uitspraak benadrukt het belang van hoor en wederhoor en het respecteren van procesrechten, ook bij het verlengen van vrijheidsbenemende maatregelen. De gevangenhouding wordt wel voor een termijn van 120 dagen bevolen, te ondergaan in het huis van bewaring te Nieuwegein of een andere wettige plaats van detentie in Nederland.

Uitkomst: Vordering tot gevangenneming afgewezen wegens schending procesorde, voorlopige hechtenis verlengd voor 120 dagen.

Uitspraak

Pkn: 21-003758-18 -09

Het gerechtshof heeft te beslissen op de vordering van de advocaat-generaal bij dit hof van 12 juli 2018 tot het geven van een bevel tot gevangenhouding van de verdachte
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1989] ,
verblijvende in het huis van bewaring te Nieuwegein.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en gezien de schriftelijke verklaring van verdachte niet gehoord te willen worden bij de behandeling in raadkamer van heden.
De advocaat-generaal heeft gepersisteerd bij voormelde vordering tot gevangenhouding.
De advocaat-generaal heeft in raadkamer van heden de gevangenneming van verdachte gevorderd ten aanzien van de feiten 3 en 5.
Door de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, is de gevangenhouding van verdachte bevolen bij beschikking van 24 augustus 2017.
Verdachte is op 19 juni 2018 door die rechtbank veroordeeld onder meer ter zake van:
feit 1:
'bedreiging met brandstichting
en
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht';
feit 2:
'diefstal';
feit 4:
'mensenhandel, meermalen gepleegd',

T O T:

een gevangenisstraf voor de tijd van vier jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.
De verdachte heeft op 2 juli 2018 hoger beroep ingesteld.
Ingevolge het bepaalde bij artikel 66, tweede lid, Wetboek van Strafvordering is het tegen verdachte gegeven bevel tot voorlopige hechtenis van kracht tot 19 augustus 2018.
Door de in voormeld vonnis opgenomen - op het bovenomschrevene betrekking hebbende - bewezenverklaring, is gebleken van ernstige bezwaren tegen verdachte ter zake van het dienaangaande tenlastegelegde, met betrekking tot hetwelk voorlopige hechtenis is toegelaten.
In voormeld vonnis is aan verdachte een vrijheidsbenemende straf opgelegd van welke de tenuitvoerlegging tenminste even lang duurt als de door verdachte in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd na verlenging met de hierna te bevelen termijn van gevangenhouding.
Het hof is na onderzoek van oordeel dat op grond van de beginselen van een behoorlijke procesorde de eerst ter zitting in raadkamer gedane vordering tot gevangenneming van verdachte, terwijl verdachte noch diens raadsman aanwezig waren, dient te worden afgewezen.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in artikel 75 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

B E S L I S S I N G:

Het hof
  • beveelt de gevangenhouding van verdachte voor een termijn van HONDERDTWINTIG DAGEN en bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in het huis van bewaring te Nieuwegein of in een andere wettige plaats van detentie in Nederland;
  • wijst af de vordering tot gevangenneming.
Aldus gegeven op 1 augustus 2018 door mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. A.R. van der Winkel en mr. Y.A.J.M. van Kuijck, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.F. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.