Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 1 augustus 2018 uitspraak gedaan in een zaak waarin de advocaat-generaal een bevel tot gevangenhouding van verdachte vorderde. Verdachte was eerder door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar voor meerdere feiten, waaronder bedreiging met brandstichting en mensenhandel. Verdachte had hoger beroep ingesteld en verbleef in voorlopige hechtenis.
Tijdens de raadkamerzitting werd de vordering tot gevangenneming van verdachte gedaan terwijl noch verdachte noch zijn raadsman aanwezig waren. Het hof oordeelde dat dit in strijd is met de beginselen van een behoorlijke procesorde en wees de vordering daarom af. Het hof bevestigde dat de voorlopige hechtenis van verdachte geldig blijft tot 19 augustus 2018, conform artikel 66, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.
De uitspraak benadrukt het belang van hoor en wederhoor en het respecteren van procesrechten, ook bij het verlengen van vrijheidsbenemende maatregelen. De gevangenhouding wordt wel voor een termijn van 120 dagen bevolen, te ondergaan in het huis van bewaring te Nieuwegein of een andere wettige plaats van detentie in Nederland.