Uitspraak
Het tussenarrest
Het verdere procesverloop
Beoordeling
"Domein I. Openbare ruimte
De boa Openbare ruimte is bevoegd om te handhaven op de volgende artikelen en wetten voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daar tegen verzet.
- Wegenverkeerswet 1994 m.b.t. stilstaand verkeer m.u.v. art. 4, 5, 6, 10, 60, 82 RVV 1990 en art. 62 RVV Pro voor zover het de C-borden in relatie tot de openbare orde."
Hieruit leidt de advocaat-generaal af dat een Boa Domein Openbare Ruimte zonder meer bevoegd was voor gedragingen met betrekking tot stilstaand verkeer zoals de onderhavige gedraging. Artikel 25 RVV Pro 1990 valt niet onder de in de Circulaire genoemde uitzonderingen. De beperking dat het moet gaan om een maatregel die is ingesteld in verband met de 'openbare orde', waarbij een en ander onderbouwd moet worden door middel van een verkeersbesluit, geldt alleen voor gedragingen met betrekking tot C-borden, de zogenaamde geslotenverklaringen. In de uitspraak van het hof van 10 juli 2017 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2017:5888) betrof het ook de vraag of de handhaving van geslotenverklaringen bij milieuzones (bord C22) viel onder de openbare orde problematiek die tot de bevoegdheid van Boa's uit domein I behoort. Deze uitspraak had derhalve betrekking op een gedraging met betrekking tot C-borden en dus op een wezenlijk andere situatie dan in de onderhavige zaak. De advocaat-generaal komt dan ook tot de conclusie dat de Boa Domein Openbare Orde bevoegd was om ten aanzien van het parkeren zonder parkeerschijf in een parkeerschijfzone een sanctie op te leggen.
26 november 2010 en 4 september 2015 (NJ 2010/634 en NJ 2015/354) kan het hof hier volgens de gemachtigde niet op terugkomen.
1 januari 2018 € 501,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 626,25 (=2,5 x € 501,- x 0,5).