ECLI:NL:GHARL:2018:8291
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Vermindering sanctie voor parkeren op gehandicaptenparkeerplaats wegens bijzondere omstandigheden
De betrokkene kreeg een sanctie van €370 opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder geldige gehandicaptenparkeerkaart. De betrokkene erkende de gedraging maar stelde dat zij een bijzondere reden had: nadat zij een passagier had afgezet, hielp zij een vrouw die op straat was gevallen en begeleidde haar naar de lift van een verzorgingsflat.
De advocaat-generaal stelde voor de sanctie te matigen vanwege deze bijzondere omstandigheden. Het hof overwoog dat de gedraging vaststond, maar dat de bijzondere omstandigheden een lagere sanctie rechtvaardigen. Op grond van artikel 9, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften heeft de officier van justitie de bevoegdheid om het sanctiebedrag in concrete gevallen vast te stellen.
Het hof volgde het voorstel van de advocaat-generaal en matigde de sanctie tot €90. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd, het beroep van de betrokkene gedeeltelijk gegrond verklaard en het resterende bedrag van €280 werd aan de betrokkene gerestitueerd.
Uitkomst: De sanctie voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats is gematigd van €370 naar €90 wegens bijzondere omstandigheden.