ECLI:NL:GHARL:2018:8565
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging oneerlijk boetebeding in bemiddelingsovereenkomst bij woningverkoop
Partijen sloten in 2009 een bemiddelingsovereenkomst waarbij de makelaar diensten zou verlenen bij de verkoop van de woning van appellant. Na opzegging van de overeenkomst in 2014 verkocht appellant de woning aan een derde. De makelaar vorderde een courtage van € 20.000 wegens overtreding van een boetebeding in artikel 6 van Pro de overeenkomst, dat activiteiten van appellant buiten de makelaar om verbood.
De kantonrechter wees de vordering toe, maar appellant stelde in hoger beroep dat het boetebeding oneerlijk en buitensporig was, in strijd met Richtlijn 93/13 en artikel 6:233a BW. Het hof oordeelde dat artikel 6 een Pro boetebeding is dat een onevenredig hoge schadevergoeding oplegt en het evenwicht tussen partijen aanzienlijk verstoort. Het beding was niet afzonderlijk onderhandeld en bevatte geen tijdslimiet, waardoor het onredelijk bezwarend is.
Het hof vernietigde het boetebeding en wees de vordering van de makelaar af. Daarnaast veroordeelde het hof de makelaar in de proceskosten van beide instanties ten gunste van appellant. De overige grieven van appellant behoefden geen behandeling meer.
Uitkomst: Het hof vernietigt het boetebeding en wijst de vordering van de makelaar af wegens oneerlijkheid en onredelijkheid.