Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2015 in Turkije gehuwd en woonden daarna in Nederland. De vrouw verzocht in 2017 om echtscheiding en vermogensrechtelijke afwikkeling. De rechtbank had het huwelijksvermogensregime onder Turks recht geplaatst en partneralimentatie afgewezen wegens onvoldoende behoeftigheid.
In hoger beroep stelt de vrouw dat vanaf haar vestiging in Nederland Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime. Het hof volgt dit en bepaalt dat het huwelijksvermogensregime over de periode vanaf 25 september 2015 onder Nederlands recht valt, terwijl daarvoor Turks recht geldt.
De vrouw vroeg ook partneralimentatie, maar het hof oordeelt dat zij onvoldoende heeft aangetoond behoeftig te zijn, mede omdat zij niet actief heeft gesolliciteerd en haar psychische klachten onvoldoende zijn onderbouwd. Het hof vernietigt het deel van de beschikking over de vermogensrechtelijke afwikkeling en wijst het partneralimentatieverzoek af.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat het huwelijksvermogensregime vanaf 25 september 2015 onder Nederlands recht valt en wijst het verzoek om partneralimentatie af wegens onvoldoende behoefte.