ECLI:NL:GHARL:2018:8703
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij doorsturen intieme foto en belediging
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij in de periode van 25 november tot 9 december 2015 een afbeelding van aangeefster, deels gekleed in een BH, via WhatsApp naar een ander had gestuurd met de bedoeling haar te beledigen.
De rechtbank sprak verdachte vrij omdat de foto's niet als pornografisch konden worden aangemerkt. De officier van justitie stelde dat de foto's seksueel getint waren en dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde de waardigheid van aangeefster te schenden. De verdediging betoogde dat geen sprake was van opzet en dat het doorsturen van een relatief onschuldige foto geen belediging vormde.
Het hof stelde vast dat één foto niet van aangeefster was en dat de andere foto door aangeefster zelf aan verdachte was gestuurd tijdens hun relatie. Hoewel het doorsturen van deze foto na het verbreken van de relatie kwalijk werd bevonden, ontbrak het aan bewijs voor (voorwaardelijk) opzet om aangeefster te beledigen. Daarom sprak het hof verdachte vrij.
De vordering tot schadevergoeding van aangeefster werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte niet schuldig was bevonden. Het hof vernietigde het vonnis en deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van (voorwaardelijk) opzet om aangeefster te beledigen door het doorsturen van een intieme foto.