Uitspraak
[appellante],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de vraag centraal of de moeder met haar minderjarige zoons daadwerkelijk naar Zwitserland is verhuisd, hetgeen gevolgen heeft voor de executie van beslagleggingen.
De moeder stelt dat de kinderen sinds september 2017 niet permanent in Zwitserland verblijven, maar wisselend op Landalparken, bij kennissen en in woningen van derden in Nederland verblijven en onderwijs volgen via de Wereldschool. De vader betwist dit en stelt dat de verhuizing wel heeft plaatsgevonden.
Het hof heeft het bewijs beoordeeld, waaronder verklaringen van de moeder, de kinderen, getuigen en gemeenteambtenaren, alsmede locatiegegevens van telefoons en correspondentie met Zwitserse autoriteiten. Deze gegevens boden onvoldoende concrete aanwijzingen voor een daadwerkelijke verhuizing van de minderjarige kinderen naar Zwitserland na 6 september 2017.
Daarom vernietigt het hof het eerdere vonnis en beveelt het opheffing van het executoriaal beslag op de woningen en derdenbeslag op gelden en roerende zaken. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het geval de vader niet binnen de gestelde termijn aan deze verplichtingen voldoet.
Uitkomst: Het hof beveelt opheffing van het executoriaal beslag omdat de verhuizing van de minderjarige kinderen naar Zwitserland onvoldoende aannemelijk is gemaakt.