Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift, ingekomen op 10 februari 2017,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen twee bestuurders van een stichting die kleding ontwikkelt voor dak- en thuislozen. Geïntimeerde verzocht de rechtbank om appellant als bestuurder te ontslaan wegens wanbeheer. Appellant deed een zelfstandig tegenverzoek om geïntimeerde te ontslaan, maar dit werd afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat appellant onrechtmatig handelde door zonder overleg de sloten te vervangen, bankpassen te blokkeren en de productie stil te leggen, wat leidde tot financieel wanbeheer en het feitelijk stilleggen van de stichting. Appellant werd geschorst en ontslagen als bestuurder.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn handelen noodzakelijk was ter bescherming van de stichting, maar het hof volgde dit niet. Geïntimeerde weerlegde de beschuldigingen van onrechtmatige geldonttrekking en concurrentie. Het hof bevestigde dat appellant privé-uitgaven deed ten laste van de stichting en dat er geen sprake was van concurrerende stichting.
De grieven van appellant faalden, ook zijn bezwaar tegen de voorlopige benoeming van tijdelijke bestuurders werd verworpen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank, veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van appellant als bestuurder wegens financieel wanbeheer en handelen in strijd met de statuten.