Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die zijn beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig stellen van zekerheid volgens artikel 11 van Pro de Wahv. De officier van justitie had een tweede brief gestuurd om het verzuim te herstellen, maar deze brief voldeed niet aan de wettelijke eisen omdat er geen termijn werd genoemd waarbinnen zekerheid moest worden gesteld.
Hoewel dit formele gebrek in de mededeling in beginsel tot vernietiging van de niet-ontvankelijkverklaring zou moeten leiden, oordeelt het hof dat de kantonrechter niet tot een ander oordeel had kunnen komen. De betrokkene had namelijk ondubbelzinnig aangegeven niet bereid te zijn zekerheid te stellen en voerde onder meer aan dat de verplichting in strijd was met de Grondwet en de vrije toegang tot de rechter belemmerde.
Het hof wijst deze verweren af, verwijzend naar artikel 120 Grondwet Pro dat toetsing aan de Grondwet door de rechter uitsluit en overweegt dat de zekerheidstelling in het algemeen geen ontoelaatbare belemmering vormt voor toegang tot de rechter. Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Het hof bevestigt met verbetering van gronden de beslissing van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af.