ECLI:NL:GHARL:2018:9129
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete voor door rood licht rijden met discussie over geeltijd en hoorplicht
De betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van €220 wegens het negeren van een rood verkeerslicht op 2 november 2012 in Arnhem. De betrokkene stelde dat het licht net op oranje sprong en dat de geeltijd korter was dan de norm in NEN 3384, waardoor zij geen verwijt kon worden gemaakt. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de administratiekosten.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot kostenvergoeding af. In hoger beroep stelde de gemachtigde dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door niet te voldoen aan het verzoek tot horen van de betrokkene. Het hof oordeelde dat de schending van de hoorplicht terecht was vastgesteld en dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie ten onrechte niet had vernietigd.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie, verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de beslissing van de officier van justitie. Vervolgens beoordeelde het hof het beroep tegen de boete inhoudelijk en oordeelde dat de enkele omstandigheid dat de geeltijd korter was dan de NEN-norm geen recht geeft aan de weggebruiker en dat de verklaring van de verbalisant voldoende is om de gedraging vast te stellen. Het beroep tegen de boete werd ongegrond verklaard.
Ten slotte veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €501 aan de betrokkene. De bezwaren tegen de administratiekosten werden verworpen, waarbij het hof verwees naar eerdere jurisprudentie en de toelichting bij de regeling administratiekosten.
Uitkomst: Beslissing van de officier van justitie vernietigd wegens schending hoorplicht, beroep gegrond verklaard, maar boete wegens door rood licht rijden ongegrond verklaard.