ECLI:NL:GHARL:2018:9180
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na vernietiging inleidende beschikking door officier van justitie
In deze zaak stond het hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter centraal, waarbij betrokkene beroep had ingesteld tegen een inleidende beschikking die door de officier van justitie was afgewezen. De officier van justitie had later besloten de inleidende beschikking te vernietigen, wat betekende dat betrokkene het beoogde resultaat van zijn beroep reeds had bereikt.
Het hof stelde vast dat de vernietiging van de inleidende beschikking niet afhankelijk was gesteld van intrekking van het beroep door betrokkene. De brief van de officier van justitie maakte duidelijk dat betrokkene het beroep kon intrekken om een behandeling bij de kantonrechter te voorkomen, maar dat de vernietiging ook zonder intrekking had plaatsgevonden.
Omdat betrokkene hierdoor geen belang meer had bij een uitspraak van de kantonrechter, verklaarde het hof het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk. Daarnaast veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, vastgesteld op € 751,50.
De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd en de overige bezwaren tegen die beslissing behoefden geen bespreking meer. De zaak werd behandeld zonder aanwezigheid van betrokkene en zijn gemachtigde, en het arrest werd uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk wegens vernietiging van de inleidende beschikking.