ECLI:NL:GHARL:2018:9211
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid BOA en geldigheid geslotenverklaring bij Ruiterskwartier Leeuwarden
In deze zaak stond centraal of een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) bevoegd was een administratieve sanctie op te leggen wegens overtreding van een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op het Ruiterskwartier te Leeuwarden.
De kantonrechter had het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en de beschikking vernietigd omdat de BOA naar zijn oordeel niet bevoegd was en het C-bord niet zichtbaar was op de foto van de overtreding. De officier van justitie stelde in hoger beroep dat de geslotenverklaring een maatregel was ter verbetering van de leefbaarheid en daarmee een openbare orde-maatregel, waardoor de BOA bevoegd was.
Het hof overwoog dat de bevoegdheid van de BOA moet worden beoordeeld aan de hand van de Beleidsregels BOA, die handhaving op C-borden toestaan in het kader van de openbare orde. Uit het gemeentelijk verkeer- en vervoerplan bleek dat de geslotenverklaring was ingesteld ter bevordering van de verblijfsfunctie en leefbaarheid van het gebied.
Hoewel het C-bord niet zichtbaar was op de foto van de overtreding, kon dit worden ondervangen door schouwrapporten met foto's van de bebording kort voor en na de gedraging. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de sanctie gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard en de sanctie gehandhaafd.