Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een verkeersboete ongegrond verklaarde wegens niet-tijdige indiening. De kern van het geschil betrof de vraag of het beroepschrift tijdig was ingediend.
De beschikking waartegen beroep werd ingesteld, was op 17 januari 2017 aan de betrokkene toegestuurd, waardoor de beroepstermijn op 28 februari 2017 eindigde. De betrokkene stuurde een brief met het beroepschrift gedateerd 17 februari 2017, maar deze werd pas op 2 maart 2017 ontvangen, samen met een brief van 1 maart 2017. De betrokkene stelde dat het beroepschrift tijdig was omdat het binnen de beroepstermijn was gedateerd en binnen een week na afloop was ontvangen.
Het hof oordeelde dat de datum op het beroepschrift niet voldoende is om tijdigheid aan te nemen zonder bewijs van tijdige verzending. Omdat het beroepschrift pas na de termijn werd ontvangen en geen verzendbewijs was overgelegd, kon niet worden aangenomen dat het tijdig was ingediend. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter dat het beroep niet-ontvankelijk was.
Uitkomst: Het beroep tegen de beschikking is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.