Uitspraak
6 november 2018
[B]te
[C](hierna: verzoeker)
De procedure
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker heeft bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer J.A. Monsma, stellende dat diens onpartijdigheid in het geding zou zijn door de aanwezigheid van medewerkers van heffingsambtenaren in opleiding tijdens de zitting en een daaropvolgende lunchbespreking.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek tijdig en ontvankelijk is ingediend. Hoewel verzoeker niet had begrepen dat het publiek uit heffingsambtenaren bestond, was hij vooraf geïnformeerd over de aanwezigheid van studenten en stemde hij hiermee in. De kamer acht het gebruik van de term 'studenten' niet misleidend.
De napraat van de raadsheer met het publiek na de zitting levert geen zwaarwegende aanwijzing op voor partijdigheid. Ook de vermeende beperking van het laatste woord van verzoeker en het toestaan van laat ingebrachte informatie door verweerder leiden niet tot een gegronde vrees voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer concludeert dat geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat en wijst het wrakingsverzoek af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheer is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.