ECLI:NL:GHARL:2018:9672
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep vennoten tegen vordering ex-vennoot en vernietiging vonnis
Appellanten, vennoten van een vennootschap onder firma (VOF), zijn in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de kantonrechter die hen veroordeelden tot betaling aan een voormalige vennoot, geïntimeerde. De VOF was niet in hoger beroep gekomen, wat gevolgen heeft voor de ontvankelijkheid van de vorderingen.
De VOF werd opgericht in 2009 en hield zich bezig met taxivervoer. Geïntimeerde trad in 2013 toe als vennoot en vertrok in 2014. Er ontstond een geschil over betalingen, waaronder btw, bpm en kosten die geïntimeerde vorderde van de VOF en vennoten.
De kantonrechter wees de vordering van geïntimeerde toe en wees de tegenvordering van de VOF af. In hoger beroep stelden appellanten dat het toegewezen bedrag gecorrigeerd moest worden en dat verrekening met vorderingen van de VOF op geïntimeerde mogelijk was. Het hof oordeelde dat appellanten niet-ontvankelijk waren in hun hoger beroep tegen het tussenvonnis en tegenvordering, vernietigde het vonnis voor zover het de vordering van geïntimeerde betrof en wees deze af. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wees de vordering van geïntimeerde tegen appellanten af en verklaarde appellanten niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen het tussenvonnis en in hun tegenvordering.