ECLI:NL:GHARL:2018:9776

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 november 2018
Publicatiedatum
8 november 2018
Zaaknummer
WAHV 200.209.944
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 RVV 1990Art. 66 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen parkeerboete in parkeerverbodszone

In hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter over een parkeerboete wegens parkeren in een parkeerverbodszone, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.

De betrokkene stelde dat de plek waar het voertuig was geparkeerd een parkeerstrook was, vergelijkbaar met de strook voor taxi's en laden en lossen. De verbalisant verklaarde dat het voertuig stond binnen een met borden gemarkeerde parkeerverbodszone, buiten parkeervakken, op een strook met rode bestrating en basaltblokken.

Het hof oordeelde dat parkeren slechts is toegestaan op duidelijk als parkeervak bestemde weggedeelten, bijvoorbeeld door witte belijning of bestrating. De locatie voldeed hier niet aan en is niet bestemd voor parkeren maar voor laden en lossen of taxi's. Daarom is de gedraging van de betrokkene als parkeren in strijd met het parkeerverbod terecht vastgesteld en is het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete wegens parkeren in een parkeerverbodszone wordt bevestigd.

Uitspraak

WAHV 200.209.944
8 november 2018
CJIB 196067012
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant
van 31 januari 2017
betreffende
[betrokkene] N.V. (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,
wonende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “parkeren in strijd met parkeerverbod/ parkeerverbodszone (bord E1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 6 februari 2016 om 19:40 uur op de Nieuwendijk te Vlissingen met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De gemachtigde van de betrokkene, ten tijde van de gedraging de bestuurder van het voertuig met voormeld kenteken, voert aan dat de locatie waar hij zijn voertuig heeft geparkeerd is aan te merken als parkeerstrook en dat daar dus geparkeerd mocht worden. De locatie waar hij zijn voertuig heeft geparkeerd is namelijk op dezelfde manier aangeduid als de strook voor taxi's en laden en lossen.
3. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, heeft de verbalisant in zijn proces-verbaal van 19 juli 2016 - voor zover hier van belang - het volgende verklaard:
“Ik zag dat er in de Nieuwendijk een vierwielig motorvoertuig (personenauto) van het merk Audi met kenteken [00-YYY-0] geparkeerd stond. De Nieuwendijk is een zone-gebied aangeduid met de borden E1/E10 van het Reglement verkeersregel en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Het voertuig van de betrokkene stond buiten de parkeervakken. De exacte gedraging heeft plaatsgevonden naast de grote basaltblokken. In de Nieuwendijk is een parkeerstrook ingericht voor laden en lossen en als taxistandplaats. Dit werd aangegeven door middel van de borden E7 en E5 van het RVV 1990.”
4. Het hof stelt, gelet op de verklaring van de verbalisant en hetgeen de betrokkene aanvoert, vast dat het voertuig van de betrokkene geparkeerd stond binnen een met borden gemarkeerde parkeerverbodszone. Binnen een parkeerverbodszone mag niet worden geparkeerd, behalve op daartoe bestemde weggedeelten (artikel 65, derde lid, in samenhang met artikel 66 van Pro het RVV 1990).
5. Verder stelt het hof vast dat het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op de strook met rode bestrating waarop grote basaltstenen liggen, voor de stenen trap naast het Ruyterplein en links van de borden E5 en E7.
6. Nu parkeren op daartoe bestemde weggedeelten een uitzondering vormt op het verbod om te parkeren, dient evident te zijn dat van een daartoe bestemd weggedeelte sprake is. Dit kan bijvoorbeeld door middel van witte belijning of bestrating worden aangegeven (parkeervakken). Op de locatie waar de betrokkene heeft geparkeerd is geen sprake van een parkeervak of een andere aanduiding waaruit zou kunnen worden afgeleid dat deze locatie een voor parkeren bestemd weggedeelte betreft. Het hof is met de kantonrechter dan ook van oordeel dat geen sprake is van een weggedeelte bestemd voor parkeren in de zin van het derde lid van artikel 65 van Pro het RVV 1990. Dat de verkeerssituatie op de locatie waar de betrokkene zijn voertuig heeft geparkeerd identiek is aan de locatie waar de borden E5 en E7 staan, doet aan het voorgaande niet af. Ook die locatie is geen voor parkeren bestemd weggedeelte in de zin van het derde lid van artikel 65 van Pro het RVV 1990. Die locatie mag immers slechts gebruikt worden om te laden of te lossen of (op andere tijden) als taxistandplaats, en dus niet om te parkeren. Gelet hierop stelt het hof vast dat de gedraging is verricht.
7. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.