ECLI:NL:GHARL:2018:9926
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing officier van justitie inzake administratieve sanctie WAHV wegens onverzekerd motorrijtuig
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een inleidende beschikking inzake een administratieve sanctie wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig ongegrond verklaarde.
De kantonrechter had het beroep van betrokkene ongegrond verklaard en de opgelegde verhogingen in stand gelaten. Het hof stelde vast dat de kantonrechter niet conform artikel 13, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) had geoordeeld, waardoor diens beslissing werd vernietigd.
Het hof oordeelde dat het beroep tegen de inleidende beschikking niet tijdig was ingesteld, maar dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de beschikking niet naar het detentieadres van betrokkene was verzonden. Daarom werd het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en diens beslissing vernietigd.
De inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen de inleidende beschikking leidde tot de conclusie dat de gedraging – het niet verzekeren van het motorrijtuig – vaststond. Het beroep werd echter ongegrond verklaard omdat geen redenen voor matiging of nihilstelling van de sanctie waren gebleken. De verhogingen werden ongedaan gemaakt om betrokkene niet in een nadeliger positie te brengen dan zonder hoger beroep.
De zaak werd gelijktijdig behandeld met andere samenhangende zaken en verwezen naar een ander arrest voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard, maar de opgelegde verhogingen worden ongedaan gemaakt wegens verschoonbare termijnoverschrijding.