ECLI:NL:GHARL:2019:10079
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na ontbinding huwelijk met discussie over draagkracht en vermogen
De man en vrouw zijn gehuwd in 1987 en hun huwelijk is op 14 september 2017 ontbonden. De vrouw verzocht om partneralimentatie, welke door de rechtbank werd vastgesteld op €190,- bruto per maand vanaf de datum van ontbinding. De man kwam in hoger beroep en betwistte zowel de behoefte van de vrouw als zijn draagkracht.
De kern van het geschil betrof of de vrouw zelf in haar behoefte kan voorzien uit haar vermogen, dat zij na de ontbinding ontving, en de draagkracht van de man gezien zijn veranderde financiële situatie. De man stelde dat de vrouw een fictief rendement van 4% op haar vermogen kon ontvangen, waardoor zij geen alimentatie nodig zou hebben. Het hof oordeelde echter dat het rendement op spaargeld vrijwel nihil is en dat onvoldoende is gesteld dat de vrouw volledig in haar behoefte kan voorzien uit haar vermogen.
Wat betreft de draagkracht van de man stelde hij dat zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering was gestopt en dat zijn onderneming nog geen winst opleverde, waardoor hij de alimentatie niet kon betalen. Het hof vond dat de man onvoldoende bewijs had geleverd van het stoppen van de uitkering en dat hij geen recente financiële stukken had overgelegd. Ook rekening houdend met zijn woonlasten bleef voldoende draagkracht over.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het hoger beroep van de man af, waarbij de partneralimentatie op €190,- bruto per maand werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de man af, waarbij de partneralimentatie van €190,- bruto per maand wordt gehandhaafd.