Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2007 in India gehuwd en hebben de Nederlandse nationaliteit. De vrouw verzocht in eerste aanleg de scheiding van tafel en bed uit te spreken, waarop de rechtbank dit verzoek toewijst. De man diende geen verweerschrift in in eerste aanleg, maar kwam in hoger beroep met een verzoek tot vernietiging van de beschikking, omdat hij bezwaar had tegen de scheiding van tafel en bed.
De man baseert zijn bezwaar op zijn geloof als Jehova's getuige, waarbij ontbinding van het huwelijk alleen bij overspel mogelijk is. Hij ontdekte in januari 2019 het overspel van de vrouw, maar kon toen geen verweer meer voeren. Hij stelt dat de scheiding van tafel en bed hem belemmert om een nieuwe relatie aan te gaan of te hertrouwen binnen drie jaar.
De vrouw ontkent het overspel en stelt dat het haar recht is om de scheiding van tafel en bed te vorderen. Het hof stelt vast dat duurzame ontwrichting van het huwelijk niet in geschil is en dat de rechtbank de scheiding van tafel en bed terecht heeft uitgesproken. De praktische bezwaren van de man en zijn argumenten over redelijkheid en billijkheid leiden niet tot vernietiging van de beschikking.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de man af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de scheiding van tafel en bed en wijst het verzoek van de man tot vernietiging af.