ECLI:NL:GHARL:2019:10263
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing administratieve sanctie roodlichtovertreding
De gemachtigde van de betrokkene stelde dat de officier van justitie niet tijdig de zaakstukken had overgelegd, wat strijd opleverde met artikel 7:18, vierde lid, Awb. Het hof stelde vast dat de officier van justitie niet voldeed aan zijn informatieverplichting en vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie.
Vervolgens beoordeelde het hof de inhoudelijke bezwaren tegen de opgelegde administratieve sanctie van €230 wegens het niet stoppen voor rood licht. De betrokkene ontkende de overtreding, gesteund door foto's waaruit bleek dat het voertuig al over de stopstreep was voordat het licht op rood sprong. Het hof concludeerde echter dat het voertuig toch door rood was gereden, mede gelet op jurisprudentie.
De betwisting over de ijking van de apparatuur werd door het hof verworpen, omdat het niet ongebruikelijk is dat camera en antenne verschillende serienummers hebben en er geen aanwijzingen waren dat de apparatuur niet correct was geijkt.
Ten slotte overwoog het hof dat een bestuurder te allen tijde in staat moet zijn tijdig te stoppen voor een verkeerslicht, ook bij slecht zicht door zonlicht. De sanctie werd daarom terecht opgelegd en het beroep tegen de inleidende beschikking werd ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inleidende beschikking wegens roodlichtovertreding wordt ongegrond verklaard en de sanctie blijft in stand.