Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft een echtscheiding waarbij de man en vrouw gezamenlijk gezag uitoefenen over hun minderjarige kind, dat bij de vrouw woont in Duitsland. De vrouw vordert een hogere kinderalimentatie en partneralimentatie, waarbij de partneralimentatie later is ingetrokken vanwege samenwoning met een nieuwe partner.
De kern van het geschil is de draagkracht van de man, die deels wordt bepaald door ontvangen voorschotten uit een letselschadezaak na een ongeval in 2015. De man ontving in totaal € 60.000,- aan voorschotten, verstrekt onder algemene titel, die verschillende schadecomponenten dekken, waaronder verlies van arbeidsvermogen.
Het hof stelt dat de man onvoldoende inzicht heeft gegeven in de besteding van deze voorschotten en geeft hem de gelegenheid om dit alsnog te specificeren met onderbouwing via bankafschriften, facturen en correspondentie met de verzekeraar. Tevens kunnen partijen zich uitlaten over een Duitse beslissing inzake kinderalimentatie.
De zaak wordt aangehouden tot 30 december 2019, waarna het hof op de stukken zal beslissen, tenzij een nadere mondelinge behandeling noodzakelijk wordt geacht.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden om partijen gelegenheid te geven nadere informatie te verstrekken over letselschadevoorschotten en een Duitse alimentatiebeslissing.