Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van partijen die een verzoek tot echtscheiding hadden ingediend. Partijen konden niet overtuigend aantonen dat zij gehuwd waren, omdat het aangeleverde huwelijksbewijs niet voldeed en de stellingen over het huwelijk en de familierechtelijke betrekkingen met hun kinderen onvoldoende werden onderbouwd.
Partijen hadden een huwelijkscertificaat van een moskee in het buitenland overgelegd, maar dit kwam niet overeen met de door hen gestelde huwelijksdatum en plaats. Daarnaast ontbraken originele huwelijks- en geboorteaktes. Ondanks meerdere uitstelverzoeken en de mogelijkheid om aanvullend bewijs te leveren, brachten partijen geen ondersteunende getuigenverklaringen of documenten in het geding.
Het hof overwoog dat het zogenaamde sigheh-huwelijk, een tijdelijk huwelijk zonder registratie in Iran, niet wordt erkend in Nederland omdat het in strijd is met de Nederlandse openbare orde. Hierdoor kon het hof het huwelijk niet vaststellen en evenmin de familierechtelijke betrekkingen met de kinderen. Het verzoek tot echtscheiding en de nevenverzoeken werden daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot echtscheiding af omdat het huwelijk niet kan worden vastgesteld.