ECLI:NL:GHARL:2019:10357

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 december 2019
Publicatiedatum
3 december 2019
Zaaknummer
Wahv 200.245.910/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WahvArt. 62 RVV 1990Art. 24 RVV 1990
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens ontbreken deugdelijke wettelijke grondslag bij stilstaan langs gele doorgetrokken streep

De betrokkene kreeg een sanctie van €95,- opgelegd voor het stilstaan langs een gele doorgetrokken streep op 7 februari 2018 in Groningen. Zij betwistte niet dat zij deels langs de streep stond, maar stelde dat de streep op dat moment was verwijderd volgens een verkeersbesluit van 3 juli 2014. Dit besluit had de gele streep zwart gemaakt en het oorspronkelijke besluit tot plaatsing ingetrokken.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof oordeelde dat het verkeersbesluit rechtskracht had en dat er geen nieuw besluit was dat de streep opnieuw had aangebracht. De betrokkene hoefde daarom geen sanctie te ondergaan omdat de verplichting om het verkeersteken te volgen ontbrak.

Het hof benadrukte dat sancties alleen kunnen worden opgelegd als een deugdelijke wettelijke grondslag bestaat, en dat dit hier ontbrak. Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie, en bepaalde dat de zekerheid die door de betrokkene was gesteld, wordt gerestitueerd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor het stilstaan langs een gele doorgetrokken streep wordt vernietigd wegens ontbreken van een deugdelijke wettelijke grondslag.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.245.910/01
CJIB-nummer
: 214650206
Uitspraak d.d.
: 3 december 2019
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 20 augustus 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “stilstaan langs een gele doorgetrokken streep”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 februari 2018 om 10:11 uur op de Castorstraat in Groningen met het voertuig met het kenteken
[0-YYY-00] .
2. Het verbaast de betrokkene dat de sanctie nog overeind staat. De betrokkene betwist niet dat zij haar voertuig (gedeeltelijk) heeft geparkeerd langs een gele doorgetrokken streep, maar wijst erop dat deze gele streep op het moment van de gedraging reeds was verwijderd. Ter ondersteuning van haar verweer heeft de betrokkene een verkeersbesluit van de gemeente Groningen van 3 juli 2014 in het geding gebracht. Naar aanleiding van dit besluit is de gele streep zwart gemaakt, maar door slijtage en slecht onderhoud is de gele streep weer zichtbaar geworden. De betrokkene begrijpt dat zij gevolg dient te geven aan verkeerstekens, maar aan de plaatsing van dit verkeersteken ligt geen verkeersbesluit (meer) ten grondslag, zodat geen sanctie opgelegd had mogen worden.
3. Aan de betrokkene wordt verweten dat zij geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een verbod inhoudt (artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)). Volgens vaste jurisprudentie van het hof staat het niet ter beoordeling van de weggebruiker of een verkeersteken overeenkomstig de voorschriften - daaronder te begrijpen: overeenkomstig een geldig verkeersbesluit - en terecht is geplaatst. Dat is slechts anders in het geval de situatie klaarblijkelijk zo afwijkend is van die waarop het verkeersteken betrekking heeft dat bij gevolg geven aan dat teken de veiligheid op weg in gevaar zou worden gebracht (vgl. HR 4 december 1984, VR 1985/39). Dat is hier niet het geval. Gelet hierop, op de informatie in het dossier en het gegeven dat de gedraging door de betrokkene niet wordt betwist, staat naar het oordeel van het hof vast dat de gedraging is verricht.
4. De omstandigheid dat de gedraging is verricht, betekent op zichzelf niet dat een sanctie moet worden opgelegd. Uit artikel 9, tweede lid, van de Wahv volgt dat geen sanctie mag worden opgelegd indien dat, gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, niet billijk is dan wel dat, gelet op de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert, een lager bedrag van de sanctie dient te worden vastgesteld.
5. Artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv brengt mee dat indien in het kader van de aanwending van rechtsmiddelen tegen de oplegging van een sanctie op grond van de Wahv de rechtmatigheid van de bebording en het daaraan ten grondslag liggende verkeersbesluit wordt betwist, door de officier van justitie in administratief beroep en de rechter zal moeten worden onderzocht of dat besluit ten tijde van de gedraging rechtskracht had en of dat besluit niet later in een bestuursrechtelijke procedure is vernietigd of met terugwerkende kracht tot (vóór) het tijdstip van de gedraging is ingetrokken. Dat onderzoek, waartoe overigens slechts reden bestaat indien ter zake een met redenen omkleed en zo mogelijk met stukken onderbouwd verweer is gevoerd, strekt ertoe dat wordt vastgesteld dat de verplichting om gevolg te geven aan een verkeersteken stoelt op een deugdelijke wettelijke grondslag. Zo'n grondslag is vereist om het niet gevolg geven aan die verplichting te bestraffen met de oplegging van een sanctie, die inbreuk maakt op het eigendomsrecht van een betrokkene (vgl. het arrest van 9 november 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2018:9801).
6. Het verkeersbesluit van 3 juli 2014 waaraan de betrokkene refereert, heeft zij zowel in de procedure bij de kantonrechter als in hoger beroep overgelegd. Bestudering hiervan leert dat met dit besluit de gele doorgetrokken streep op de locatie van de gedraging is verwijderd. Voormeld besluit houdt tevens intrekking in van het oorspronkelijke besluit tot plaatsing van het verkeersteken, gepubliceerd in de Staatscourant op 18 maart 1998. Van een later genomen verkeersbesluit tot het (wederom) aanbrengen van een gele doorgetrokken streep op de betreffende locatie is niet gebleken. Namens het openbaar ministerie is op dit punt geen nadere informatie in het geding gebracht.
7. Gelet op het voorgaande kan niet worden vastgesteld dat de verplichting om gevolg te geven aan het verkeersteken, zoals omschreven in artikel 24, eerste lid en onder e, van het RVV 1990, stoelt op een deugdelijke wettelijke grondslag. Het opleggen van een sanctie moet in dit geval daarom achterwege blijven. Dit leidt tot de navolgende beslissing.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.