Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De ontvankelijkheid van het hoger beroep
De beslissing
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant en geïntimeerde hadden een affectieve relatie en kochten samen een border collie pup voor €900,-. Na beëindiging van de relatie hield geïntimeerde de hond en appellant vorderde afgifte van de hond omdat hij eigenaar zou zijn. De rechtbank wees de vordering af omdat niet vaststond wie eigenaar was. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Geïntimeerde stelde dat het hoger beroep niet ontvankelijk was omdat de vordering onder de appelgrens van €1.750,- viel. Het hof overwoog dat volgens artikel 332 lid 1 Rv Pro hoger beroep niet mogelijk is bij vorderingen onder deze grens, tenzij de vordering een onbepaalde waarde heeft door bijzondere emotionele waarde. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat de hond een hogere waarde vertegenwoordigt dan €1.750,-.
Het hof oordeelde dat de emotionele waarde in dit geval onvoldoende was om de appelgrens te doorbreken. Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en veroordeelde hem in de kosten van het geding in hoger beroep, inclusief nakosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens vordering beneden de appelgrens.