Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland waarin verdachte was veroordeeld voor meerdere woninginbraken, poging daartoe, diefstal van auto's en het gebruik van valse sleutels en kentekens. Het hof bevestigde de veroordeling en de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest.
De feiten betroffen acht voltooide woninginbraken en een poging, waarbij verdachte cilinders uit de sloten trok en witte papiertjes gebruikte om te controleren of bewoners afwezig waren. Tijdens de inbraken werden geld, sieraden en autosleutels gestolen, waarna ook auto's werden ontvreemd. Deze feiten veroorzaakten aanzienlijke schade en onveiligheidsgevoelens bij de slachtoffers en de maatschappij.
Het hof nam mee dat verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld voor soortgelijke feiten, wat niet had geleid tot gedragsverandering. Ondanks de positieve houding van verdachte ten aanzien van resocialisatie, vond het hof de ernst en recidive zodanig dat een gevangenisstraf van vijf jaar passend was.
Ten aanzien van de schadevordering van één benadeelde partij vernietigde het hof het eerdere oordeel en verklaarde deze partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot immateriële schadevergoeding, omdat niet was gebleken dat verdachte het oogmerk had psychische schade toe te brengen of dat de benadeelde in haar eer of goede naam was aangetast. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden voortgezet.
Voor de overige schadevorderingen bevestigde het hof de eerdere beslissingen van de rechtbank. Het vonnis werd met verbetering en aanvulling van de strafmotivering bevestigd.