Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[Geintïmeerde 2],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
“Van deze huurovereenkomst maken deel uit de “ALGEMENE BEPALINGEN
“Per betaalperiode van 1 (één) kalendermaand(en) bedraagt bij aanvang van de
“Het in artikel 12.1 algemene bepalingen bedoelde bedrag van de bankgarantie
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
grief 1betoogt [Appellant] dat de kantonrechter de boete over de waarborgsom ten onrechte tot (slechts) € 1.000,- heeft gematigd. Zij voert aan dat zij ook bij [X] voorafgaand aan diens overlijden wel degelijk heeft aangedrongen op betaling van de waarborgsom, dat de inventaris van [Geintïmeerde 1] nog geruime tijd in het gehuurde is blijven staan, zodat het gehuurde niet feitelijk was verlaten, dat de waarborgsom dient als garantie voor een juiste nakoming van de verplichtingen van [Geintïmeerde 1] en dat het risico voor niet juiste nakoming door het overlijden van [X] groter werd, dat de hoogte van de boete allerminst onredelijk was en dat deze boete gezien de betaling eerst na 179 dagen kennelijk als prikkel ook nodig was.