ECLI:NL:GHARL:2019:10533

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 december 2019
Publicatiedatum
9 december 2019
Zaaknummer
Wahv 200.230.707/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 WahvArt. 14 WahvArt. 6:24 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie parkeren op trottoir in plaats van langs gele onderbroken streep

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor parkeren langs een gele onderbroken streep op de Puccinistraat te Tilburg. Hij stelde dat hij op een parkeerplaats stond waar geen parkeerverbod gold en dat hij deze wijze van parkeren al jaren toepaste zonder waarschuwing of bekeuring. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof stelde vast dat de betrokkene niet op de rijbaan stond geparkeerd, maar op het trottoir.

De gele onderbroken streep geldt alleen voor de rijbaan en parkeren op het trottoir is niet toegestaan. Het hof oordeelde dat de feitcode moest worden gewijzigd naar 'als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken' (feitcode R315B). De hoogte van de sanctie bleef gelijk. Het hof verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het argument dat voorafgaande waarschuwing vereist zou zijn.

Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en wijzigde de feitcode en omschrijving van de gedraging in de beschikking van de officier van justitie. De betrokkene had het beroep tijdig ingesteld, ondanks onduidelijkheid over de ontvangst van de beslissing van de kantonrechter.

Uitkomst: Het hof wijzigt de feitcode naar 'niet de rijbaan gebruiken' en handhaaft de sanctie van € 90.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.230.707/01
CJIB-nummer
: 197908061
Uitspraak d.d.
: 9 december 2019
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 juli 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die
gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
2. De beslissing van de kantonrechter is eerst op 25 juli 2017 aan de betrokkene toegestuurd. De betrokkene zegt dat hij die beslissing niet heeft ontvangen. De brief is niet aangetekend verzonden en de rechtbank beschikt niet over een deugdelijke verzendadministratie. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat de beslissing van de kantonrechter op 25 juli 2017 daadwerkelijk is verzonden. Op 13 november 2017 is na telefonisch contact met de betrokkene de beslissing van de kantonrechter nogmaals aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 25 december 2017. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Algemene termijnenwet wordt een termijn die op een algemeen erkende feestdag eindigt, verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Gelet hierop eindigde de beroepstermijn op 27 december 2017. Het beroepschrift is gedateerd 18 december 2017. Uit een stempel blijkt dat het op 28 december 2017 door de griffie van de rechtbank is ontvangen. Omdat de envelop ontbreekt, is er geen poststempel.
3. Als een per post verstuurd beroepschrift op de eerste of tweede werkdag na de beroepstermijn wordt bezorgd, wordt aangenomen dat het op tijd is gepost, tenzij op grond van de vaststaande feiten aannemelijk is dat het later dan de laatste dag van de termijn per post is bezorgd.
4. In het onderhavige geval is het beroepschrift op de eerste werkdag na de laatste dag van de beroepstermijn bij de rechtbank ingekomen. Het beroep is dus tijdig ingesteld.
5. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “parkeren langs gele onderbroken streep”, welke gedraging zou zijn verricht op 26 april 2016 om 09:57 uur op de Puccinistraat te Tilburg met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
6. De betrokkene voert aan dat hij op een parkeerplaats heeft geparkeerd waar geen parkeerverbod gold. Twee andere aan hem opgelegde sancties zijn wel vernietigd. In een van die zaken heeft de wijkagent ter plaatse de situatie bestudeerd en is tot de conclusie gekomen dat de wijze en het tijdstip waarop het voertuig van de betrokkene geparkeerd stond niet in strijd was met de wet. Het parkeerverbod is alleen van kracht voor de parkeerplaatsen achter het bord en niet de parkeerplaatsen die ervoor liggen. Het voertuig van de betrokkene stond voor het bord geparkeerd. Dit doet hij al tien jaar lang op deze manier en heel lang is er niemand voor bekeurd geweest. Bovendien is de betrokkene nooit gewaarschuwd dat er op een gegeven moment gehandhaafd zou gaan worden.
7. De omstandigheid dat twee andere sancties van de betrokkene wel zijn vernietigd kan de betrokkene niet baten. Voor zover de betrokkene hiermee een beroep heeft willen doen op het gelijkheidsbeginsel, verwerpt het hof dit beroep. Het gelijkheidsbeginsel brengt niet mee dat een rechter bij de beoordeling van een zaak gebonden is aan een beslissing (van een andere rechter) in een andere zaak. Immers, van schending van het gelijkheidsbeginsel zou slechts dan sprake zijn indien zonder (juridisch) geldige reden ten nadele van de betrokkene zou zijn afgeweken van het met betrekking tot gedragingen als de onderhavige geldende beleid. Daarvan is niet gebleken.
8. Ten aanzien van de opmerking van de betrokkene dat hij nooit gewaarschuwd is dat er zou worden gehandhaafd, merkt het hof het volgende op. Al zou de betrokkene, in tegenstelling tot wat de ambtenaar verklaart in het aanvullend proces-verbaal, hieromtrent niet van tevoren gewaarschuwd zijn, dan schrijft geen rechtsregel voor dat aan het opleggen van een sanctie een waarschuwing vooraf dient te gaan. De enkele omstandigheid dat kennelijk tien jaar lang niet verbaliserend is opgetreden is onvoldoende om daaraan de gerechtvaardigde verwachting te ontlenen dat niet zou worden gehandhaafd.
9. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
10. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
"Betrokkene stond geparkeerd, voor onderbroken gele streep. 10 minuten geen activiteiten waargenomen bij het voertuig."
11. In een aanvullend proces-verbaal van 3 november 2016 verklaart de verbalisant als volgt:
"(…) Ik zag dat een personenauto met kenteken [00-YY-YY] geparkeerd stond bij een parkeerverbod aangegeven met een gele doorgebroken streep. Op de bijgevoegde foto's van het brondocument wordt duidelijk hoe de verdachte zijn voertuig heeft geparkeerd. In het kader van de openbare veiligheid is het niet wenselijk dat er hier geparkeerd wordt, er is volop parkeergelegenheid in de nabije omgeving zelf bij de flat waar het voertuig van de verdachte geparkeerd stond. De verdachte is eerder hiervoor gewaarschuwd. Ook in het verweer van de verdachte komt naar voren dat de verdachte hier al meerdere jaren op deze wijze parkeert, echter in het verleden zijn er parkeervakken geweest maar deze vakken zijn verwijderd en er is een parkeerverbod ingesteld.(…)"
12. Het dossier bevat verder twee foto’s. Op deze foto's is het voertuig van de betrokkene te zien met kenteken [00-YY-YY] . Langs de rijbaan is een gele onderbroken streep aangebracht. Het weggedeelte achter het voertuig heeft een andere bestrating dan het weggedeelte waar het voertuig op geparkeerd staat. Gelet op de inrichting van de weg achter het voertuig is dit weggedeelte aan te merken als rijbaan. Rechts van het voertuig staan paaltjes.
13.
Gelet op de hiervoor beschreven inrichting van de weg, is naar oordeel van het hof de plek waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd aan te merken als trottoir.
Parkeren op een trottoir is in geen geval toegestaan. De gele onderbroken streep heeft betrekking op de rijbaan; langs de gele onderbroken streep mag niet op de rijbaan worden geparkeerd. Het voertuig van de betrokkene staat niet op de rijbaan geparkeerd. Het hof kan dan ook niet vaststellen dat er sprake was van parkeren langs een gele onderbroken streep en - in het verlengde daarvan - dat de onderhavige gedraging is verricht.
14. Wel staat vast dat het voertuig van de betrokkene op het trottoir stond geparkeerd. Die gedraging levert een overtreding op van artikel 10, eerste lid, van het RVV 1990. Hierin is bepaald, voor zover hier van belang, dat bestuurders van motorvoertuigen de rijbaan gebruiken en dat zij voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten mogen gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad.
15. Gelet op het voorgaande ziet het hof aanleiding om de onderhavige gedraging te wijzigen in de gedraging "als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken" (feitcode R315B). De onjuistheid is in dit geval niet van dien aard dat bij de betrokkene misverstand kan zijn ontstaan omtrent de vraag op welke gedraging de hem opgelegde sanctie betrekking heeft en waartegen hij zich moest verdedigen. De hoogte van het sanctiebedrag voor de gedraging die valt onder feitcode R315B is hetzelfde als dan dat van de bij de inleidende beschikking opgelegde sanctie. Het hof komt daarom tot de volgende beslissing.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking met CJIB-nummer 197908061 in zoverre dat daarin als omschrijving van de gedraging en feitcode worden opgenomen "als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken" (feitcode R315B).
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.