Uitspraak
1.[appellante] ,
[appellante],
[appellant],
[appellanten] c.s.,
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat centraal of geïntimeerden door verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van een strook grond van circa 30 m2 gelegen tussen hun perceel en dat van appellanten. De feiten tonen aan dat geïntimeerden sinds 1995 de feitelijke macht over deze strook uitoefenen, onder meer door het plaatsen van een fietsenschuur, bestrating en beplanting, en dit gebruik was zichtbaar en exclusief.
Appellanten voerden aan dat het gebruik van de strook gebaseerd was op een afspraak met de vorige eigenaar en dat er sprake was van een stuiting van de verjaring. Het hof oordeelde dat appellanten onvoldoende bewijs leverden voor deze stellingen en dat de brief van 14 augustus 2017 onvoldoende is om te concluderen dat er sprake was van gebruik in juridische zin of erkenning van eigendom door geïntimeerden.
Het hof stelde vast dat geïntimeerden te goeder trouw waren bij de verkrijging van het bezit in 1995, en dat de verjaringstermijn van tien jaar voor verkrijgende verjaring was voltooid in 2005/2006. De latere afspraken en correspondentie waren niet relevant voor het eigendomsrecht. De grieven van appellanten tegen het vonnis van de rechtbank werden verworpen en het hof bekrachtigde het vonnis, waarbij appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellanten af wegens volledige verkrijgende verjaring door geïntimeerden.