ECLI:NL:GHARL:2019:10710
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- L.J. de Kerpel-van de Poel
- Ch.E. Bethlem
- A.S. Gratama
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling na faillissement
Appellant was failliet verklaard in 2013 na een eerder afgewezen verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. In 2019 verzocht hij om opheffing van het faillissement en gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling, maar de rechtbank verklaarde hem niet-ontvankelijk. De rechtbank vond dat appellant geen beroep kon doen op de termijn van artikel 3 lid 1 Fw Pro en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was.
In hoger beroep stelde appellant dat hij geen brief had ontvangen over de mogelijkheid om alsnog een verzoek in te dienen en dat hij destijds een zware psychische periode doormaakte. Het hof oordeelde dat appellant redelijkerwijs niet kon worden verweten dat hij binnen de termijn geen verzoek had ingediend. Tevens werd een aangepaste verklaring van de curator overgelegd waaruit bleek dat een akkoord in het faillissement niet mogelijk was.
Het hof vond dat appellant aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het onbetaald laten van zijn schulden en dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen. De curator erkende dat appellant en zijn gezin leefden van het inkomen en vermogen van zijn echtgenote. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, hief het faillissement op en verklaarde de schuldsaneringsregeling van toepassing.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, heft het faillissement op en verklaart de schuldsaneringsregeling van toepassing.