Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant 2],
[appellant 3],
[appellant 4],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
€ 741,-
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de vraag centraal of NRC Media de naam van een hoogleraar mocht noemen in een artikel over langdurig seksueel grensoverschrijdend gedrag bij de Universiteit van Amsterdam. De voorzieningenrechter had eerder een verbod opgelegd op het noemen van de naam en het plaatsen van een portret, maar het hof vernietigde dit vonnis.
Het hof overwoog dat het artikel een belangrijke bijdrage levert aan het publieke #metoo-debat en dat de hoogleraar als publiek figuur geldt, waardoor een grotere mate van kritiek is toegestaan. De beschuldigingen in het artikel vonden voldoende steun in de feiten, mede door bevestigingen van meerdere bronnen en een extern onderzoeksrapport.
Het hof stelde dat het recht op vrijheid van meningsuiting, beschermd door artikel 10 EVRM Pro, zwaarder weegt dan het recht op privacy van de hoogleraar, beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Ook de verwerking van persoonsgegevens in het artikel is gerechtvaardigd onder de AVG omdat het noodzakelijk is voor de journalistieke vrijheid.
Het verbod op het noemen van de naam en het plaatsen van een portret werd daarom opgeheven, en de vordering tot dwangsom afgewezen wegens gebrek aan belang. De kosten van de procedure werden aan de hoogleraar opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt het verbod op naamsvermelding en wijst de gevorderde voorzieningen af.