Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep in de zaak met nummer 200.258.889/01,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 10 december 2019 in hoger beroep de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland bekrachtigd waarin het gezag van de moeder over twee minderjarige kinderen en het gezag van de vader over één kind werd beëindigd. De kinderen verblijven sinds 2016 bij pleegouders vanwege ernstige bedreigingen in hun ontwikkeling door conflicten en huiselijk geweld in de thuissituatie.
De ouders voerden aan dat de kinderen zich bij de pleegouders goed ontwikkelen en dat zij positieve veranderingen hebben doorgemaakt, waaronder het beëindigen van hun affectieve relatie en het ontbreken van recent huiselijk geweld. Zij stelden dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar hun opvoedcapaciteiten en vroegen om nader onderzoek.
Het hof oordeelde dat het gezag terecht was beëindigd omdat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd indien zij bij één van de ouders zouden opgroeien. De ouders toonden onvoldoende inzicht in hun aandeel in de problematiek en er blijft een risico op escalaties bestaan. Het belang van de kinderen bij stabiliteit en continuïteit in het pleeggezin weegt zwaarder dan een nader onderzoek, dat onrust en onzekerheid zou kunnen veroorzaken.
Het hof overwoog verder dat de beëindiging van het gezag gerechtvaardigd en proportioneel is en niet in strijd met het EVRM en het IVRK. De aanvaardbare termijn waarin de kinderen in onzekerheid kunnen verkeren is verstreken. De beschikking van de rechtbank wordt dan ook bekrachtigd en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de ouders over de kinderen en wijst het hoger beroep af.