Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
in eerste aanleg: belanghebbende,
hierna: de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en de vrouw zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in scheidingsprocedure verwikkeld. De man verzocht bij de voorzieningenrechter verlof tot het leggen van conservatoir maritaal beslag onder derden, gericht op bestanddelen van de huwelijksgoederengemeenschap. De voorzieningenrechter wees dit verzoek af vanwege onduidelijkheid over het beslag.
In hoger beroep verduidelijkte de man dat het beslag betrekking heeft op schulden binnen de gemeenschap, waaronder een schuld van € 51.261,78 bij een holding en een schuld van € 5.000,- bij een derde. Het hof oordeelde dat de man summierlijk had aangetoond dat er vorderingen binnen de gemeenschap zijn en dat er gegronde vrees voor verduistering bestaat, omdat de vrouw bij uitbetaling van de overwaarde haar aandeel mogelijk aan verhaal zal onttrekken.
De vrouw kon niet voldoende onderbouwen dat het beslag tot een financiële noodtoestand zou leiden. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en verleende alsnog verlof tot het leggen van het maritale derdenbeslag onder de maatschap Heuvelrugnotarissen. De proceskosten werden gecompenseerd en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof verleent verlof tot het leggen van conservatoir maritaal derdenbeslag onder de maatschap Heuvelrugnotarissen.