ECLI:NL:GHARL:2019:11190
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid advocaat bij transactie met openbaar ministerie
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de advocaat van appellant een beroepsfout had gemaakt door onvoldoende uitleg te geven over de gevolgen van een transactie met het Openbaar Ministerie. Appellant was aangehouden op verdenking van diverse strafbare feiten en had een transactie gesloten waarbij hij een bedrag van € 40.000 betaalde en afstand deed van inbeslaggenomen geld en auto's.
Appellant stelde dat hij de transactie niet zou hebben gesloten indien hij beter was geïnformeerd door zijn advocaat, met name over het definitieve karakter van de betaling en het verlies van de inbeslaggenomen zaken. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij niet op de hoogte was van deze voorwaarden. Diverse feiten, zoals de aanwezigheid van een tolk, de communicatie met zijn familie en het duidelijke transactiedocument, spraken dit tegen.
Het hof concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij schade had geleden door een tekortschietend advies van zijn advocaat. Het causaal verband tussen het advies en het prijsgeven van de zaken ontbrak. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat geen aansprakelijkheid van de advocaat is vastgesteld.