Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders hadden gezamenlijk gezag over hun kind, die sinds januari 2019 zonder toestemming van de vader in Bulgarije verblijft. De moeder keerde niet terug naar Nederland ondanks een rechterlijk bevel en beschuldigingen van seksueel misbruik door de vader. De Nederlandse rechter verklaarde zich bevoegd op grond van Brussel II-bis en het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
De vader verzocht het eenhoofdig gezag toe te kennen vanwege de onmogelijkheid tot samenwerking en het belang van het kind om terug te keren naar Nederland. De moeder wilde het gezamenlijk gezag behouden en eerst de Bulgaarse procedures afwachten. De raad voor de kinderbescherming adviseerde het gezag aan de vader toe te kennen, gezien het contactverbod en de beperkte medewerking van de moeder.
Het hof oordeelde dat het kind klem komt te zitten tussen de ouders en dat het in het belang van het kind is het gezag aan de vader toe te kennen. De moeder biedt onvoldoende inzicht in de situatie en werkt niet mee aan hulpverlening. Het gezag wordt eenhoofdig aan de vader toegekend en deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt aan de vader toegekend.