Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake de kinderalimentatie voor een jongmeerderjarig kind dat een MBO-opleiding volgt. De vader betwistte de vastgestelde bijdrage en stelde onder meer de ingangsdatum, behoefte en draagkracht ter discussie.
Het hof bevestigde dat ouders onderhoudsplichtig zijn jegens hun jongmeerderjarige kinderen zonder eis van behoeftigheid. De behoefte werd vastgesteld op basis van de WSF-norm voor een thuiswonende MBO-student, verminderd met de zorgtoeslag, eigen verdiensten en een geschatte bijdrage van de moeder. De vader hoefde geen rekening te houden met mogelijke revenuen uit een nalatenschap, omdat deze niet aan het kind waren uitgekeerd.
De draagkracht van de vader werd niet betwist en vastgesteld op €339,39 per maand. De ingangsdatum van de alimentatieverplichting bleef 20 februari 2019. Het hof bepaalde dat het kind geen terugbetaling hoeft te doen van eventuele hogere betalingen in het verleden. De kosten van het geding werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vader moet vanaf 20 februari 2019 een bijdrage van €339,36 per maand betalen voor de kosten van levensonderhoud en studie van het kind.