ECLI:NL:GHARL:2019:11281
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor schuld- en opzetheling van gestalde gestolen fietsen
In deze zaak stond verdachte terecht voor opzet- en schuldheling van zestien fietsen die vermoedelijk van diefstal afkomstig waren en in de woning van verdachte waren gestald door medebewoners. Het hof heeft vastgesteld dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde in onmin leefde met zijn toenmalige partner, een medeverdachte, en op zoek was naar nieuwe woonruimte.
Hoewel verdachte wist dat de fietsen van diefstal afkomstig waren, heeft hij zich daarvan voldoende gedistantieerd. Hij trok zich terug op zijn kamer of vertrok naar zijn werk zodra de fietsen werden aangetroffen. Bij terugkomst was de politie al aanwezig. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verdachte feitelijke zeggenschap had over de fietsen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van een benadeelde partij werd eveneens afgewezen omdat de verdachte niet schuldig was bevonden aan het handelen waardoor de schade zou zijn veroorzaakt. De kosten van de procedure worden door partijen ieder zelf gedragen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van opzet- en schuldheling van gestolen fietsen wegens gebrek aan feitelijke zeggenschap.