Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, ouders van twee minderjarige dochters, oefenden gezamenlijk gezag uit tot een beschikking van de rechtbank in maart 2018 het gezag wijzigde naar eenhoofdig gezag van de vader. De moeder ging in hoger beroep tegen deze wijziging.
De procedure omvatte diverse rapporten van de raad voor de kinderbescherming en hulpverleningsinstanties, die een moeizame communicatie en gespannen relatie tussen ouders constateerden. Hoewel de omgang tussen moeder en kinderen goed verliep, was samenwerking over gezagsbeslissingen niet mogelijk. De vader had ernstige zorgen over de moeder, onder meer vanwege vermoedens van verslavingsproblematiek en onbetrouwbaarheid.
Het hof oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen was vanwege het risico dat zij klem zouden raken tussen de ouders. De beperkte communicatie en de problematiek van de moeder maakten gezamenlijke gezagsuitoefening onhaalbaar op korte termijn. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het verzoek van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de vader en wijst het hoger beroep van de moeder af.