ECLI:NL:GHARL:2019:1821
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens afleveren hennep aan gedetineerde zonder opzet in tenlastelegging
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door het afleveren van ongeveer 5,1 gram hennep aan een gedetineerde tijdens een bezoek in een penitentiaire inrichting. In hoger beroep stelde het hof vast dat het bestanddeel 'opzettelijk' ontbrak in de tenlastelegging, waardoor het bewezen verklaarde niet als misdrijf maar als overtreding moet worden gekwalificeerd.
De bewijsvoering berustte op verklaringen van een gevangenisbewaarder die verdachte zag overhandigen van hennep in een koffiebeker aan de gedetineerde. Het hof verwierp het verweer dat sprake was van slechts 'aanwezig hebben' en bevestigde dat afleveren ook zonder wederprestatie bewezen was.
Gezien de aard van het bewezenverklaarde en de strafrechtelijke voorgeschiedenis van verdachte, achtte het hof een hechtenisstraf van één week passend. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd vanwege onduidelijkheden niet-ontvankelijk verklaard. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot één week hechtenis wegens het afleveren van hennep zonder opzet in de tenlastelegging.