Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
[X] vroeg mij of ik geld nodig had. Ik zei tegen hem dat ik altijd geld kon gebruiken. Hij zei tegen mij dat hij een huis wist waar je makkelijk naar binnen kon en dat daar veel geld binnen zou zijn. Op 3 december 2009 zijn we naar het huis gegaan.”
[X] kende de vrouw die in die woning woonde. Hij zei dat ze pas haar auto had verkocht en dat er daarom mogelijk geld in de woning zou liggen.”