Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Doetinchem(hierna: de Inspecteur)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een beheerstichting van een hofje met 24 huurwoningen, betaalde verhuurderheffing over 2014 en 2015 en maakte bezwaar tegen deze heffing. De rechtbank Gelderland oordeelde dat de heffing een individuele en buitensporige last vormde en vernietigde de aanslagen, waardoor de heffing voor beide jaren werd verminderd tot nihil.
De inspecteur stelde hiertegen hoger beroep in. Het hof stelde vast dat de verhuurderheffing op regelniveau niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, maar dat de vraag was of de heffing voor belanghebbende een individuele en buitensporige last vormde. Het hof overwoog dat dit alleen kan gelden indien bijzondere omstandigheden zich voordoen die niet voor alle verhuurders gelden.
Het hof nam de financiële situatie van belanghebbende in ogenschouw, waaronder de aanwezige liquide middelen minus voorzieningen, en concludeerde dat deze middelen ruim voldoende zijn om de heffing te dragen. Hierdoor is geen sprake van een individuele en buitensporige last. De eerdere uitspraak van het EHRM werd als niet vergelijkbaar beoordeeld.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde de verhuurderheffing voor 2014 vast op €8.161 en voor 2015 op €8.899. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat cassatie open.
Uitkomst: Het hof stelt de verhuurderheffing voor 2014 en 2015 vast en vernietigt het vonnis van de rechtbank.